De Surinaamse gemeenschap in Nederland

De aanwezigheid van Surinamers in Nederland kent een lange geschiedenis. Reeds in de koloniale periode kwamen Surinamers naar Nederland; voor studie, zaken of plezier. Het ging bijna altijd om de gegoede Surinamers en het verblijf was meestal tijdelijk. Na de jaren 1960 kwam daar verandering in.

 

De naderende onafhankelijkheid in 1975 was voor velen het sein om naar het buitenland, in het bijzonder Nederland, te vertrekken. De meerderheid van deze immigranten heeft zich blijvend gevestigd in Nederland. Momenteel wonen er ongeveer 300.000 Surinamers in Nederland. Wie zijn die Surinamers eigenlijk? Wat is hun maatschappelijke positie? Waar wonen zij? Welke rol spelen zij in de Nederlandse samenleving?

Een beknopte geschiedenis

Wanneer in Nederland over Surinamers wordt gesproken, dan heeft men het vaak over personen met een afrosurinaamse achtergrond. Bijvoorbeeld Edgar Davids, Gerda Havertong, Frank Rijkaard of Ruth Jacott. Maar velen weten niet dat ook Gerald Vanenburg, Anil Ramdas en Gerard Spong van Surinaamse komaf zijn. Een gevleugelde uitspraak onder Surinamers is dan ook dat dé Surinamer niet bestaat. De verscheidenheid is zo breed als het kleurenspectrum groot is.

De samenstelling van de Surinaamse bevolking hangt nauw samen met de geschiedenis van het land. Suriname is, met een kleine onderbreking, van 1667 tot 1975 een Nederlandse kolonie geweest. Vóór de komst van de Europeanen werd Suriname bevolkt door Indianen (Caraïben, Arowakken en Trio's). Reeds in de 15de eeuw kwamen Joden, op de vlucht voor de vervolging in Europa, naar Suriname en stichtten daar plantages. De Indianen werden als eerste slaven voor het bewerken van de plantages gebruikt. De Indiaanse slaven bleken niet goed opgewassen tegen het zware werk en de ziektes die door de Europeanen waren meegenomen. Massale sterfte was het gevolg en veel Indianen ontvluchtten de plantages. De plantagehouders zagen zich genoodzaakt slaven uit Afrika te importeren.

 

In Suriname ontwikkelde zich in de loop der jaren een slavernij-regime dat nog verschrikkelijker was dan dat in ander koloniën. Slaven uit Demerara (nu Guyana) en Trinidad werden voor straf in Suriname ingezet op de plantages. Vele slaven verkozen in Suriname de gevaren van het oerwoud en het risico gepakt te worden boven het leven op de plantages. Deze 'weggelopen' slaven of marrons stichtten gemeenschappen in het oerwoud en leven er nog steeds, met eigen culturele en religieuze gebruiken. Een bekende marron is Ronnie Brunswijk, leider van het junglecommando, die in de jaren 1980 een binnenlandse oorlog voerde tegen het regime van Bouterse.

Na de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 brak de periode van de contractarbeid aan. Dit was volgens velen een verkapte vorm van slavernij. In eerste instantie werden Chinese contractarbeiders geworven (al in 1853!) om het werk op de plantages van de slaven over te nemen. Dit bleek geen succes. Vanaf 1875 werden uit India, met medewerking van de Britse regering, en later uit Java contractarbeiders (1890 - 1939) gehaald om de plantage-economie draaiende te houden. De meerderheid van deze arbeiders verkoos na afloop van hun contractperiode om in Suriname te blijven. Naast deze grote groepen bestaat de bevolking tegenwoordig ook uit mensen van Libanese, Europese, Guyanese, Braziliaanse en Haitiaanse afkomst.

De ontwikkelingen in de afgelopen 500 jaar hebben er toe geleid dat Suriname nu een land is met een grote verscheidenheid in etniciteit, culturen, religies en talen. Op een bevolking van nog geen miljoen (in en buiten Suriname) worden 15 talen gesproken en hebben behalve het christendom ook de islam, het hindoeïsme, het jodendom en winti hun volgelingen.

Surinamers in Nederland

De Surinaamse bevolking in Nederland bestaat uit relatief veel jongeren. Ruim 42% van de Surinamers is in de leeftijd van 0 tot 25 jaar. De volwassenen van 25 tot 55 jaar vormen de helft van de bevolking en 9% is ouder dan 55 jaar. De Surinamers wonen vooral in de grote steden. In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag wonen 163.000 Surinamers; dat is ruim de helft van alle Surinamers in Nederland. Reeds enige jaren is de trend gaande dat steeds meer Surinamers de grote stad vaarwel zeggen en verhuizen naar kleinere steden met veel eengezinswoningen, zoals Almere, Hoorn, Nieuwegein en Lelystad.

Sociaal-economische achtergronden

Regelmatig wordt onder andere door beleidsmakers gesteld dat Surinamers geen speciale aandacht in het beleid nodig hebben omdat zij door hun achtergrond de weg wel kunnen vinden in de Nederlandse samenleving. Voor een deel van de Surinaamse bevolking gaat dit zeker op. Sterker nog, een deel daarvan kan tot de middenklasse worden gerekend. Het gaat dan om mensen met een hoge opleiding, een goede baan en een eigen huis, al dan niet buiten de Randstad. Helaas is er ook een gemarginaliseerde groep die zich kenmerkt door langdurige werkloosheid, afgebroken opleidingen, slechte woonomstandigheden en in sommige gevallen ook door alcohol- en drugsverslaving en criminaliteit.

Onderwijspositie

Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat de resultaten van 20 jaar onderwijsachterstandbeleid mager zijn. Nog steeds presteren allochtone leerlingen in het onderwijs minder goed dan de Nederlandse leerlingen. Surinaamse leerlingen nemen een speciale positie in. Hun onderwijsniveau ligt hoger dan dat van de andere etnische groepen, maar blijft achter bij dat van Nederlandse leerlingen.

Bekijken we de groep Surinaamse leerlingen nader, dan blijkt er een grote differentiatie te zijn. Er is een groep die het goed doet en doorstroomt naar de hogere vormen van het voortgezet onderwijs. De Surinaamse meisjes doen het duidelijk beter dan de jongens. In sommige vakken scoren zij nu al even goed als de Nederlandse meisjes. Ook de meisjes uit andere etnische groepen hebben een voorsprong op de jongens.

Aan de andere kant is er een grote groep waarvan de onderwijsprestaties beneden niveau zijn; ze blijven vaker zitten, zijn oververtegenwoordigd in het speciaal onderwijs. Het zorgwekkendste van alles is de hoge schooluitval. Dit is met name een probleem, gezien het feit dat werklozen zonder diploma en onvoldoende startkwalificaties erg moeilijk op de arbeidsmarkt instromen.

Hoewel voor een deel van de Surinaamse leerlingen specifiek beleid noodzakelijk is, blijkt dat het ontwikkelde beleid van de laatste tien jaar niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Beleidsmakers gaan er te veel vanuit dat Surinamers de Nederlandse taal beheersen en bekend zijn met de Nederlandse cultuur. Er wordt echter voorbij gegaan aan de eigenheid van de Surinaamse culturen en de Surinaamse talen die thuis en onderling worden gesproken.

Arbeidsparticipatie

De Nederlandse economie draait op volle toeren. In een toenemend aantal sectoren wordt het steeds moeilijker om aan voldoende arbeidskrachten te komen. De overheid neemt dan ook allerlei maatregelen om werklozen weer aan het werk te krijgen. De werkloosheidscijfers zijn op het moment dan ook erg laag. Toch signaleert ACB ook in deze periode van economische voorspoed een aantal knelpunten, die met name bij etnische groepen zichbaar wordt. Ook Surinamers ervaren deze knelpunten:

 

  • Ondanks alle inspanningen van de instanties blijft er een groep werklozen over die niet instroomt in het arbeidsproces. Door een veelheid aan problemen zijn zij niet of zeer moeilijk inzetbaar.
  • Hoewel er veel Surinamers profiteren van de economische bloei, blijkt dat velen onder hun opleidingsniveau werken. Zij komen niet terecht op de posities waarvoor zij zijn opgeleid. In dit verband wordt wel gesproken over 'glazen plafonds': niet zichtbare belemmeringen in de carrièremogelijkheden.
  • Surinaamse vrouwen staan vaak alleen voor de opvoeding van hun kinderen. Zij moeten zorgtaken en kostwinnaarschap combineren, terwijl de voorzieningen hiertoe in onvoldoende mate aanwezig zijn.

John Khodabux

Zie voor Amsterdamse organisaties het Amsterdamse adressen-systeem (voorheen PIGA).