De meeste moslims in Nederland kennen weinig ‘eigen’ voorzieningen met een professioneel karakter. Ze zijn daarom aangewezen op de reguliere zorg- en welzijnsinstellingen. Deze instanties worstelen met de gebrekkige aansluiting van hun werkwijze en aanbod en op deze specifieke doelgroepen.
Tegelijk zijn er veel allochtone vrijwilligersorganisaties die zorg- en welzijnsactiviteiten ontplooien voor hun achterban. Hun werkwijze en aanbod sluiten wel goed aan.
In het onderzoek is onder andere gezocht naar een antwoord op de vragen: Zijn professionele instellingen bereid om hun aanbod en werkwijze aan te passen? En, hoe verhouden de vrijwillige zorg- en welzijnsactiviteiten zich tot die van de professionele instanties?
Een van de conclusies is dat de professionals zich soms teveel laten meeslepen door maatschappelijke discussie. De beeldvorming ten aanzien van moslims is overwegend negatief; kleine incidenten worden breed uitgemeten en als maatstaf gesteld. Dit beïnvloedt de benaderingswijze van cliënten met een vermeende islamitische achtergrond. Vanuit de vooronderstelling dat de allochtone klant of cliënt slecht Nederlands verstaat wordt er opeens in ‘Jip- en Janneketaal’ uitgelegd wat hij/zij mankeert, wordt er voorbijgegaan aan bepaalde wensen van de cliënt, of wordt informatie voor het gemak achterwege gelaten.
Een andere conclusie is dat de bureaucratische rompslomp – er moeten doorgaans veel formulieren worden ingevuld – bij welzijns- en zorginstanties de allochtone c.q. islamitische klanten/cliënten afschrikt. Men haakt daardoor soms halverwege af. Van bepaalde behandelmethodes is nooit onderzocht of ze ook toepasbaar zijn op en geschikt zijn voor mensen met een andere culturele en/of religieuze achtergrond.
Islamitische vrijwilligersorganisaties hebben makkelijk toegang tot de groepen die reguliere instellingen niet kunnen bereiken. Ze zijn weinig bureaucratisch, iedereen is welkom en men wordt zo nodig in eigen taal te woord gestaan. Hierin zit hun succes. Maar de activiteiten van vrijwilligers zijn meestal geen vervanging van de activiteiten van reguliere instellingen. Ze zijn wel complementair, en in die zin kunnen islamitische organisaties een goede brugfunctie vervullen tussen de doelgroep en de professionele instanties. En let wel: vrijwilligersorganisaties hebben meer te bieden dan het ‘aanleveren’ van moeilijk bereikbare mensen, ze hebben óók een schat aan kennis en ervaring die ze, mits ze als een serieuze partner worden beschouwd, graag delen met professionals.
De resultaten van het onderzoek zijn gebundeld in de notitie `Religie in zorg en welzijn´. Hierin worden knelpunten beschreven én (mogelijke) oplossingen geboden.
Deze notitie kan beschouwd worden als een eerste aanzet in de ingewikkelde materie die ‘culturele diversiteit’ heet, waarbij ook veel religieuze aspecten aan bod komen en waar reguliere én informele zorg- en welzijnsinstellingen op verschillende manieren mee worstelen.
De volledige notitie kan worden opgevraagd bij ACB Kenniscentrum: 020-6279460 of l.arts@acbkenniscentrum.nl.